Loop op een willekeurige zaterdag langs een sportpark en het beeld is al tientallen jaren vrijwel hetzelfde. Kinderen spelen hun wedstrijd, ouders staan met een kop koffie langs de lijn en even verderop wordt alvast vooruitgeblikt op de Eredivisie. Een paar uur later schakelen veel van dezelfde sportliefhebbers thuis over naar een Premier League-topper of een affiche uit de Champions League.

Wie tegenwoordig van sport houdt, hoeft zich geen weekend meer te vervelen. Formule 1 heeft sinds de opmars van Max een enorme vlucht genomen. Wielrennen blijft iedere zomer het gesprek van de dag, darts trekt rond de jaarwisseling miljoenen kijkers en ook tennis, padel, de NFL en UFC weten steeds meer Nederlanders te bereiken. Toch heeft geen van die sporten de positie van voetbal serieus aan het wankelen gebracht.

Een spel dat verder gaat dan negentig minuten

De aantrekkingskracht van voetbal laat zich lastig vangen in alleen uitslagen of bezoekersaantallen. De sport zit diep verweven in de Nederlandse samenleving. Vrijwel iedere gemeente beschikt over één of meerdere amateurclubs waar generaties elkaar ontmoeten. Voor veel gezinnen hoort een zaterdag of zondag op de club net zo vanzelfsprekend bij de week als boodschappen doen of familie bezoeken.

Dat lokale karakter loopt naadloos over in het betaald voetbal. Supporters leven mee met hun club, volgen persconferenties, discussiëren over opstellingen en kennen vaak de complete jeugdopleiding. De Eredivisie vormt daarbij het hart van het Nederlandse voetbal, met clubs als Ajax, Feyenoord, PSV, FC Twente, AZ en FC Utrecht die ieder hun eigen geschiedenis, rivaliteit en achterban hebben.

Daar houdt het niet op. Zodra Nederlandse clubs Europees spelen, verschuift de aandacht naar de Champions League of de Europa League. En op de momenten dat Oranje in actie komt tijdens een EK of WK ontstaat opnieuw iets bijzonders. Dan verdwijnen clubkleuren even naar de achtergrond en maakt het weinig uit of iemand normaal gesproken voor Ajax, Feyenoord of PSV is.

Meer concurrentie dan ooit

Dat voetbal zijn positie behoudt, betekent niet dat andere sporten stilstaan. Integendeel. Twintig jaar geleden was Formule 1 voor veel Nederlanders een sport die vooral op de achtergrond werd gevolgd. Inmiddels plannen gezinnen hun zondag rond de start van een Grand Prix. Dat heeft uiteraard veel te maken met Verstappen, die de sport een enorme impuls gaf, maar de aantrekkingskracht gaat verder dan één coureur.

Een raceweekend ontvouwt zich stap voor stap. Vrije trainingen geven een eerste indruk van de snelheid, de kwalificatie bepaalt vaak een groot deel van de uitgangspositie en op zondag spelen strategie, bandenmanagement, weersomstandigheden en pitstops een hoofdrol. Juist die combinatie van techniek en spanning maakt dat iedere race een eigen verhaal vertelt.

Ook de Nederlandse Grand Prix op Circuit Zandvoort heeft daar een bijdrage aan geleverd. Autosport is zichtbaarder geworden dan ooit, zowel op televisie als op sociale media.

De zomer kleurt al jaren geel

Voor wielerliefhebbers kent het jaar eveneens een herkenbaar ritme. Zodra de voorjaarsklassiekers beginnen, verschuift de aandacht naar Vlaanderen, Noord-Frankrijk en de Ardennen. Daarna volgen de Giro d'Italia, de Tour de France en de Vuelta a España, wedstrijden die ieder een eigen karakter hebben.

De Tour blijft daarbij het jaarlijkse hoogtepunt. Drie weken lang bepalen bergetappes, massasprints, tijdritten en ontsnappingen het sportnieuws. Wielrennen draait bovendien zelden alleen om de winnaar. Het gaat net zo goed over ploegentactiek, het lezen van een parcours en het juiste moment om aan te vallen.

Nederland heeft met renners als Van der Poel en eerder Tom Dumoulin bovendien sporters voortgebracht die ook mensen aanspreken die normaal gesproken nauwelijks wielrennen volgen. Dat maakt de sport ieder jaar opnieuw zichtbaar, ver buiten de vaste wielerliefhebbers.

Oude klassiekers en nieuwe publieksfavorieten

Tennis behoort al decennialang tot de grootste mondiale sporten. De Australian Open opent ieder seizoen, waarna Roland Garros, Wimbledon en de US Open ieder hun eigen hoofdstuk toevoegen. Iedere ondergrond vraagt om een andere speelstijl, waardoor spelers zich voortdurend moeten aanpassen. Dat maakt het circuit interessant voor zowel de fanatieke volger als de incidentele kijker.

Darts heeft een heel andere ontwikkeling doorgemaakt. De sport groeide in korte tijd uit van kroegsport tot televisiespektakel. Michael van Gerwen speelde daarin jarenlang een hoofdrol, terwijl de razendsnelle doorbraak van Luke Littler liet zien hoe snel een nieuwe generatie een internationaal publiek kan aanspreken. Vooral het WK Darts is inmiddels uitgegroeid tot een vaste afspraak tijdens de feestdagen.

Ook andere sporten winnen terrein. Schaatsen blijft een Nederlandse traditie zodra de winter aanbreekt. De NBA en NFL trekken steeds meer volgers dankzij streamingdiensten en sociale media, terwijl UFC en MMA een jong publiek aanspreken. Tegelijkertijd groeit padel in hoog tempo als recreatieve sport. Op steeds meer sportparken verschijnen nieuwe banen en ook mensen zonder tennisachtergrond stappen enthousiast in.

Sport stopt niet meer na het laatste fluitsignaal

De manier waarop Nederlanders sport beleven is minstens zo sterk veranderd als het aanbod zelf. Waar vroeger vooral de televisie centraal stond, loopt de beleving tegenwoordig de hele dag door. Podcasts bespreken tactische keuzes, YouTube-kanalen analyseren wedstrijden, sociale media tonen hoogtepunten vrijwel direct en via live score-apps blijven supporters onderweg op de hoogte en waar je vroeger voor de wedstrijden van het weekend bij de sigarenboer je toto-formulier moest invullen, kan je tegenwoordig ook zelfs tijdens wedstrijden wedden op sport.

Sportkalender

Wie de sportkalender over een heel jaar bekijkt, ziet hoe breed het aanbod inmiddels is geworden. Van de Australian Open naar de voorjaarsklassiekers, van de Tour de France naar de start van de Eredivisie, vervolgens de Champions League, het schaatsseizoen en het WK Darts. Nederlanders hebben meer keuze dan ooit en volgen steeds vaker meerdere sporten naast elkaar. Toch is er één constante gebleven. Voetbal vormt nog altijd het middelpunt van de nationale sportbeleving. Formule 1, wielrennen, tennis en darts hebben ieder een trouwe achterban opgebouwd en verrijken het sportlandschap, maar geen enkele sport weet zo veel mensen, zo vaak en zo langdurig met elkaar te verbinden als voetbal.